This Post Has 11 Comments

    1. Ik merk dat men vaak de hokjes telt en niet de waarde.
      Drom zeg ik altijd hoeveel gaat hij naar rechts en hoeveel omlaag / omhoog
      Ik moet niet bv 50 naar rechts maar 1….dus omlaag/ omhoog delen door 50

  1. a^2+2a-8 a^3+4a^2
    ________ : ________
    a^2-a-2 a^2-2a-3

    Dit moet ik vereenvoudigen zo ver mogelijk door gebruik te maken van ontbinden in factoren. Die streep stelt een breuk voor , ik weet dat je moet vermenigvuldigen met omgekeerde maar ik kom hier maar niet uit , I need your help! Ps: alvast bedankt voor uitleg en uitwerking.

    1. Hoi Wesley,
      Ik kan de som niet goed lezen. Er staat ook een deelteken in, maar ik zie niet hoe die zich verhoudt tot de twee strepen. Kun je het nog op een andere manier proberen te noteren?

      1. Ja ik zag het achteraf inderdaad dat het niet goed te lezen was , ik probeer het normaal uit te leggen:

        opgave is: a^2+2a-8 breuk onder die breuk komt : a^2-a-2 , delen door a^3+4a^2 breuk onder deze breuk komt a^2-2a-3.

        het zijn dus 2 breuken met letters die je door elkaar deelt , ik hoop dat het nu wat duidelijker is 🙂

        1. Je kunt bij al deze termen ontbinden in factoren:
          (a-4)(a+2)
          (a-2)(a+1)
          (a-3)(a+1)
          a*(a^2+4)
          Zet deze op jouw papier even op de juiste plek in de breuken.
          Doe dan vermenigvuldigen met het omgekeerde. Je ziet dan dat je (a+1) tegen (a+1) kunt wegstrepen.
          Verder kun je niets wegstrepen (volgens mij).
          Je kunt het dan als één breuk schrijven en de haakjes uitwerken.

  2. Hallo,

    Ik heb al een tijdje geen wiskunde meer gehad en ik krijg voor een tentamen de volgende oefenopdrachten, zou u mij hier wellicht mee kunnen helpen?
    De vragen zijn:

    – Als het punt (x,y) voldoet aan de vergelijking -2x + 3y = 5 en aan de vergelijking 3x + 2y = 8, dan ligt x:
    a. Tussen -2 en -1
    b. Tussen -1 en 0
    c. Tussen 0 en 1
    d. Tussen 1 en 2

    – De y-coördinaat van het snijpunt van de grafieken van de functies f(x) = 2x + 6 en g(x) = 3x – 7 ligt:
    a. Tussen -10 en -5
    b. Tussen -5 en 0
    c. Tussen 0 en 5
    d. Tussen 5 en 10

    Ik vind dat de vragen soms erg verwarrend gesteld worden, dus ik hoop dat u hier wel iets mee kan.
    Alvast bedankt!

    Finn

    1. Ik was begin september helaas niet in de gelegenheid om deze vragen te beantwoorden. Ben je er nog uit gekomen? Heb je er nog een concrete vraag over?

  3. Oplossing is heel simpel, vermenigvuldig – 2x + 3y = 5 met 3 en de andere met 2. Tel ze beide op en je kunt een y uitrekenen…in vullen in een vergelijking en je weer de x

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *